Atmosferische circulatie

In de atmosfeer zitten allemaal gassen, deze gassen drukken op de aarde wat zorgt voor de luchtdruk. De luchtdruk is niet overal even hoog, wat ervoor zorgt dat de lucht gaat stromen. Een lage luchtdruk ontstaat vaak in warme gebieden omdat de gassen door de warmte opstijgen, en zo minder druk op de aarde uitoefenen. Een hoge luchtdruk ontstaat vaak in koelere gebieden, omdat de gassen hier niet verdampen en dus ook niet opstijgen wat zorgt voor een hogere druk op de aarde. Rond de evenaar is er een lage luchtdrukgebied 

De lucht rond de evenaar kan uiteindelijk niet verder stijgen, ze verspreiden zich dan naar het noorden en naar het zuiden. Rond de 30e breedtegraad zakt de lucht weer wat, dit zorgt voor het ontstaan van een hoge luchtdrukgebied. De lucht uit dit hogedrukgebied stroomt nu weer via het aardoppervlak terug naar de evenaar (en naar de 60e breedtegraad). Op de noord en zuidpool is het erg koud wat zorgt voor een hogedrukgebied. Vanaf de noord en zuidpool stroomt de lucht nu via het aardoppervlak naar de 60e breedtegraad. Het botst hier met de warme lucht van de 30e breedtegraad waardoor de lucht stijgt en een lagedrukgebied ontstaat.

ITCZ De ITCZ is een denkbeeldige zone die rond de evenaar loopt, waarbinnen een lijn beweegt. In de buurt van deze lijn is er veel opstijgende lucht die relatief warm en vochtig is. Het is vochtig door verdamping. De opstijgende lucht zorgt voor een vochttekort aan het oppervlak, oftewel een lagedrukgebied. Het lagedrukgebied gaat altijd samen met veel neerslag.

Corioliseffect is dat stormen op het noordelijk halfrond afwijken naar rechts en stormen op het zuidelijk halfrond afwijken naar links. Dit wordt ook wel de wet van Buys Ballot wordt genoemd.