Hydrologische kringloop

De hydrologische kringloop, of de waterkringloop, is de weg die water aflegt op de aarde. Er zijn twee verschillende soorten waterkringlopen.

De korte waterkringloop, bij de korte waterkringloop verdampt water uit de zee van vloeibaar naar en gas vanwege opwarming door de zon. Het gas stijgt op en hoe hoger het komt hoe meer het afkoelt. Door de afkoeling wordt het gas weer vloeibaar, dit heet condensatie. Zo ontstaat een wolk. Uit de wolken valt dan weer de neerslag. Dit kan in de vorm van regen, sneeuw, ijzel of hagel. Bij een korte waterkringloop valt deze neerslag boven de zee, zo is de circel rond.

De lange waterkringloop is hetzelfde als de korte waterkringloop tot het moment van condensatie. In plaats van dat de neerslag valt boven de zee drijven de wolken mee op luchtstromen en komen boven land. Hier treedt nu condensatie op wat zorgt voor regenval. Het valt op land of in een meer of rivier. Water dat op het land valt, kan daar blijven als sneeuw of ijs. Het kan ook infiltreren in de bodem en door bodemdeeltjes opgenomen, waarmee het beschikbaar wordt voor planten. Het water wordt vanuit het grondwater door planten en bomen opgenomen. Grondwater beweegt zich door de bodem en kan uitkomen in een rivier of een meer, onder of boven de grond. De neerslag kan ook over het oppervlak afstromen en dan in een zee, rivier of meer uitkomen. Het kan natuurlijk ook weer verdampen ergens op deze reis.