Als het land degradeert wordt het land slecht bruikbaar. Door ontbossing, overbeweiding of overbegrazing verdwijnen bomen en planten. Hierdoor zijn er geen plantenwortels meer die de bodemlaag eerder vasthielden. De bodemlaag kan bij neerslag wegspoelen of door wind worden weggeblazen. Alleen de harde bodemlaag blijft zo over. Planten kunnen hier nu niet meer groeien. waardoor de bodem de capaciteit om planten te laten groeien en water op te nemen verliest.
Verzilting ontstaat vanwege een overschot aan zout in de bodem. Het ontstaat vaak door irigratie. Bij irrigratie spuit men in droge klimaten overmatig veel water op het land. En omdat zelfs zoet water zout bevat, komt het in de bodem terecht. Het zoete water bindt zich aan mineralen en deze mineralen komen tijdens de verdamping dan naar boven. Het water verdampt dus maar de mineralen, de zouten, blijven liggen. De bodem wordt steeds zouter, wat het moeilijk maakt voor planten om hier nog te groeien. Omdat er minder zuurstof in de grond zit is het moeilijk om de bodemprocessen aan de gang te houden, wat ook nog zorgt voor te weinig voedingsstoffen in de bodem.
Versnelde bodemerosie betekent dat landdegradatie versneld wordt. Dit wordt versneld door ontbossing en onoordeelkundige bouwkunde. Wat wil zeggen dat bossen worden verwijderd en dat er niet kundige akkerbouw plaatsvindt.
Verwoestijning is het ontstaan van braakliggende droge gebieden zonder vegetatie. En het wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld verzilting of versnelde bodem erosie. Een manier om verwoestijning tegen te gaan is bijvoorbeeld herbebossen, terrassen op hellingen bouwen, in stroken verbouwen en druppelirrigatie.