Een landschapszone is een zone die wordt gekenmerkt door een bepaald landschap. Veel gebruikte herkenningspunten zijn de overheersende natuurlijke plantengroei en het bodemtype dat er voorkomt. Deze factoren worden in grote mate bepaald door het klimaat.
Op aarde hebben wij zes algemene landschapszones
Polaire zone, de polaire zone is de koudste zone. Hier is nauwelijks vegetatie te vinden op wat mossen en gras na, wanneer ook deze laatste vegetatie verdwijnt blijft er enkel sneeuw en ijs over.
Boreale zone, de boreale zone is een koude zone, vooral in de winter. De vegetatie bestaat vooral uit naaldbossen en de bodem is weinig vruchtbaar. Op het zuidelijk halfrond ontbreekt deze zone bijna helemaal vanwege gebrek aan land.
Gematigde zone, de gematigde zone bevindt zich op gematigde breedte. Het klimaat is er niet extreem en er valt duidelijk onderscheid te maken tussen de seizoenen. De vegetatie bestaat voornamelijk uit loofbossen met een erg vruchtbare bodem wat het een gunstige plek maakt voor mensen om te wonen.
Subtropische zone, de zone waar een hogedrukgebied van een nabijgelegen woestijn in de zomer overheen trekt. Er is te spreken van een middellands zee klimaat, droog en heet in de zomer, mild en nat in de winter. De vegetatie in deze gebieden zijn aangepast op het klimaat met leerachtige bladeren die vocht goed vast kunnen houden.
(Semi) Aride zone, de aride zone is enorm droog. Landschappen die hier voorkomen zijn de steppen en woestijnen. er wonen weinig mensen maar de grond is met irrigatie best vruchtbaar.
Tropische zone, de tropische zone ligt rond de evenaar. Het is te herkennen aan het tropisch regenwoud omgeven door de savanne. In deze zone komen het hele jaar door hoge temperaturen en veel neerslag voor. De bodem hier is vaak onvruchtbaar. met uitzondering van de vruchtbare vulkanische bodems en de hoogteliggingen.