Oceanische circulatie is het systeem van het wereldwijd bewegen van zeestromen. Een andere term voor oceanische circulatie is thermohaliene circulatie. Er zijn twee eigenschappen van oceaanwater die de circulatie in stand houden: temperatuur en zoutgehalte. Beide factoren bepalen de dichtheid en dus het soortelijk gewicht van water. Verschillen in dichtheid zorgen voor het stijgen en zinken van grote watermassa’s. Hierbij geldt: Hoe kouder het oceaanwater, hoe hoger de dichtheid. Koud water zal zinken en warm water zal stijgen. Hoe zouter het oceaanwater, hoe hoger de dichtheid. Zout water zal zinken en minder zout water zal stijgen.
Ook diepwaterpomp zorgen dat zeestromen in beweging blijven. Een diepwaterpomp is een plek waarbij warm water afkoelt. Net zoals met lucht, zal dit zwaarder worden. Daarbij is deze zeestroom ook nog eens relatief zout, omdat er veel warm water is verdampt. Het water kan overigens zo erg afkoelen dat een deel ervan bevriest. Zout bevriest niet en daardoor wordt het overgebleven water nog zouter. Je hebt dus procentueel meer zout in het overgebleven water.
Zeestromen worden onderscheiden vanwege hun temperatuur. Zo heb je een warme zeestroom, die afkomstig is uit warme gebieden en juist naar de wat koudere gebieden toestroomt. Een koude zeestroom is het tegenovergestelde. Deze komt uit een redelijk koud gebied en stroomt naar de warmere gebieden.
